direct naar inhoud van TOELICHTING
Plan: Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP19012-0002

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 1 juli 2015 is artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Daarmee dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Binnen een aantal bestemmingsplannen wordt nog geen rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden door een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten op te nemen. Ondertussen is al een aantal cultuurhistorisch zeer waardevolle panden gesloopt omdat de beschermende bepalingen geen mogelijkheid boden om sloop tegen te gaan. Ook was er geen beschermende regeling voor de bovengrondse archeologie, de bouwhistorie, opgenomen.

Dit bestemmingsplan is bedoeld om de bouw-en cultuurhistorie op een eenduidige manier voor het hele Zwolse grondgebied te borgen en de bouw-en cultuurhistorisch waardevolle panden een betere bescherming te geven.

1.2 Plangebied

Het plangebied van deze parapluherziening omvat diverse percelen in diverse bestemmingsplannen..

1.3 Geldende bestemmingsplannen

In het Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn de verschillende geldende bestemmingsplannen opgenomen die onder de voorliggende parapluherziening vallen. Deze plannen blijven onverkort van kracht, ook als het parapluplan wordt vastgesteld en rechtskracht verkrijgt. De regels van het parapluplan zijn aanvullend op de regels van de geldende bestemmingsplannen In deze bestemmingsplannen wordt, door middel van dit bestemmingsplan, de (gewijzigde) bestemmingen

Waarde - Bouwhistorie, Waarde - Cultuurhistorie -1 , Waarde - Cultuurhistorie -2 en Waarde - Cultuurhistorie -3 opgenomen.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Ruimtelijk beleid

2.1.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028.

Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als:

  • een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of;
  • over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of;
  • het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.

Conclusie

Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.

2.1.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie art. 1.1.1 Bro) mogelijk maakt.

Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. Derhalve is de ladder van duurzame verstedelijking niet van toepassing.

2.1.2 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie provincie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden.

Beleid: ‘Overijssel in 2030, daar werken we nu aan’

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden en de gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden .

De sturingsfilosofie van de provincie is als volgt samen te vatten: als sprake is van een bepaalde ontwikkeling, dan moet eerst worden nagegaan, aan de hand van de generieke beleidsuitgangspunten die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen, of er behoefte is aan de ontwikkeling. Indien dat zo is, moet worden nagegaan of de gekozen plek geschikt is voor het aldaar doorvoeren van de ontwikkeling.

Om antwoord te kunnen geven op die laatste vraag dient de ontwikkelingsperspectievenkaart bekeken te worden. Wanneer uit die kaart blijkt dat een ontwikkeling, zoals gepland, niet in strijd is met deze kaart, kan verder worden bezien hoe de ontwikkeling vormgegeven moet worden. Hierbij heeft de provincie gekozen voor een vierlagenbenadering, in welke benadering vier kaarten/lagen worden onderscheiden.

Dit zijn de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Samen met de catalogus gebiedskenmerken kan worden geconstrueerd welke kenmerken per laag van belang zijn om rekening mee te houden bij de planvorming.

Conclusie

Omdat dit bestemmingsplan enkel betrekking heeft op bouw-en cultuurhistorie en er geen sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, is het niet nodig om nader in te gaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken die van toepassing zijn op het plangebied. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

2.1.3 Gemeentelijk beleid
2.1.3.1 Structuurplan Zwolle 2020

Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020.

Naast het vigerende structuurplan Zwolle 2020, wordt inmiddels hard gewerkt aan het opstellen van een omgevingsvisie ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet.

Het college heeft inmiddels op 29 juni 2017 deel 1 van de omgevingsvisie “Mijn Zwolle van morgen” vastgesteld. De gemeenteraad heeft op 30 oktober 2017 deel 1 van de omgevingsvisie vastgesteld. H Deel 1 is “slechts” een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities op integrale wijze worden samengebracht. Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de toekomst, maar dient in een opvolgend document, omgevingsvisie deel 2, nader te worden uitgewerkt. Dan kunnen ook keuzes gemaakt worden op gebiedsniveau. Dat betekent dat het Structuurplan 2020 zijn status als structuurvisie, zoals bedoeld onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, voor het grootste deel behoudt. Het document kan pas vervallen, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) zal zijn vastgesteld.

Conclusie

Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke structuurplan.

2.2 Cultuurhistorisch beleid

Cultuurhistorisch beleid

Rijksbeleid

.

Volgens artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden.

Gemeentelijk beleid

Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwolse monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren.

De gemeente heeft als onderdeel van de hele inventarisatie van haar grondgebied voor dit parapluplan inventarisaties van cultuurhistorische waarden waaronder ook de bouwhistorische waarden laten uitvoeren. Binnen het parapluplan wordt rekening gehouden met de geïnventariseerde cultuurhistorische waarden door een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten op te nemen.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het cultuurhistorisch beleid.

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1 Inleiding

De rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten zijn hooggewaardeerd, maar worden niet op de verbeelding aangegeven. Voor deze systematiek is gekozen omdat de Monumentenwet 1998 en de gemeentelijke monumentenverordening een eigen beschermingsregime kennen via een vergunningensysteem. Voor het wijzigen van een monument is in principe een omgevingsvergunning nodig.

Karakteristieke panden hebben geen monumentenstatus maar zijn door hun bouw-en cultuurhistorische en ruimtelijke waarde van groot belang voor het karakteristieke beeld van hun omgeving. Die waarden komen onder andere tot uitdrukking in de gebiedseigen typologie, markante ligging, bijdrage aan het typische beeld en/of de bijzondere vorm en functie.

3.2 Bouwhistorie

Zwolle is een stad die in de late middeleeuwen al sterk ontwikkeld was. In veel panden in de binnenstad en aan de historische uitvalswegen is de geschiedenis voor 1832 nog achter voorzetwanden en plafonds verborgen. Bij sloop verdwijnt deze geschiedenis zonder dat deze is gedocumenteerd. Om dit te voorkomen is in dit parapluplan de waarde bouwhistorie opgenomen. Hierdoor kan waardevolle informatie over de ontwikkeling van de bouwgeschiedenis van Zwolle voor het nageslacht behouden blijven.

In 2018 is door de gemeente Zwolle een Bouwhistorische waarden en verwachtingskaart gemaakt. Deze kaart is gemaakt met behulp van de vele bouwhistorische inventarisaties in de binnenstad, waarnemingen van het team erfgoed en raadpleging van de kadastrale minuut van 1832. De digitale versie is door de gemeente verwerkt en toegankelijk gemaakt binnen het geografische informatiesysteem Geopoort. Dit is een dynamische kaart vergelijkbaar met de archeologische waardenkaart. Dit betekent dat de waarde van de objecten kan veranderen door nader onderzoek.

De bouwhistorische verwachtingskaart

Uit onderzoek is gebleken dat de bebouwing en de perceelsgrenzen op de kadastrale minuutkaart van 1832 vaak teruggaan tot de late middeleeuwen. Pas na het midden van de negentiende eeuw werd het gebruikelijk om meerdere panden te slopen en te vervangen door grootschalige bouwwerken. De bouwhistorische verwachtingskaart geeft weer welke perceelslijnen op deze kadastrale minuut overeenkomen met de huidige kadastrale perceelslijnen. Deze lijnen laten zien hoe gaaf de structuur in bepaalde stadsdelen nog aanwezig is. In de praktijk blijkt dat de bouwmuren die op deze perceelsgrenzen staan nog aanwezig zijn. Vaak hebben deze muren afleesbare bouwfasen en bouwsporen die veel informatie geven over de bouwgeschiedenis van het pand. Als de twee oorspronkelijke bouwmuren nog aanwezig zijn dan is de kans groot dat er ook historische bouwconstructies aanwezig zijn. In een groot gedeelte van de stad vinden we daarom achter de systeemplafonnetjes en de negentiende eeuwse stuc op rietplafonds nog laat middeleeuwse moer en kinderbinten en menig zolder heeft nog een eiken kap uit deze periode.

Door middel van kleur geeft de verwachtingskaart de waarschijnlijkheid van de aanwezigheid van laatmiddeleeuwse tot achttiende eeuwse bouwconstructies weer.

Hierbij is een verdeling gemaakt tussen panden waarvan door bouwhistorisch onderzoek is aangetoond dat ze bouwhistorische waarde hebben, panden waarvan we aannemen dat ze deze waarde hebben, panden waarvan we dit niet weten en panden die geen bouwhistorische verwachtingswaarde hebben. Het is belangrijk om te weten dat een pand zonder bouwhistorische verwachtingswaarde wel architectuurhistorische waarde kan hebben.

Het is zelfs zo dat een groot aantal panden in de binnenstad geen bouwhistorische verwachtingswaarde heeft maar toch een Rijks- of gemeentelijke monumentstatus heeft. Over het algemeen gaat het dan om panden met een architectuurhistorische waarde die na 1832 gebouwd zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP19012-0002_0001.png"

Hierboven een kaart van de historische perceelsgrenzen.

Deze kaart van de binnenstad geeft de overeenkomst tussen de huidige perceelslijnen en die van de kadastrale minuutkaart uit 1832 aan. De historische perceelslijnen zijn vet gedrukt. Daar waar in de huidige situatie bebouwing aanwezig is, treffen we over het algemeen laat middeleeuws muurwerk aan. Van het Noordereiland is bekend dat de bebouwing in de 17de eeuw tot stand is gekomen. In het gebied tussen de Nieuwstraat en de Thorbeckegracht is de oorspronkelijke structuur door de bouw van grootschalige winkelcomplexen. vrijwel geheel verdwenen.

De bouwhistorische waardenkaart is opgesteld naar het model van Leiden (KNOB 2012-1)

De bouwhistorische waarden en verwachtingskaart heeft vier categorieën:

  • rood: aangetoonde waarden.
  • paars: aanwijzing voor waarden
  • bruin: waarden onbekend
  • geel: geen waarden aanwezig

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP19012-0002_0002.png"

Hierboven een fragment van de bouwhistorische verwachtingskaart 2018. Op deze kaart zijn naast de historische perceelsgrenzen ook de bouwhistorische verwachting aangegeven.

3.3 Uitgangspunten bestemmingsplan

De bouwhistorische waarden en verwachtingskaart heeft vier categorieën:

In dit bestemmingsplan is geregeld dat de panden en objecten met een aangetoonde waarde, een aanwijzing voor waarden en met onbekende waarden bij ( gedeeltelijke) sloop bouwhistorisch onderzocht en gedocumenteerd dienen te worden voordat een het casco van het pand ( gedeeltelijk) gesloopt wordt. Deze panden en objecten hebben de dubbelbestemming Waarde - Bouwhistorie gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de bouwhistorische waarden. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen in paragraaf 4.3 Bestemmingsregels en Artikel 31 Waarde - Bouwhistorie.

3.4 Cultuurhistorie

3.4.1 Huidige situatie

Het onderscheid tussen de cultuurhistorische waarde is gebaseerd op de cultuurhistorische onderzoeken en wordt als volgt gewaardeerd:

Zeer hoge cultuurhistorische waarde:

Objecten en/of ensembles, met hoge architectuurhistorische waarden: d.w.z. met een relatief hoge ontwerpkwaliteit of representatief voor een bepaalde bouwstijl, stroming, bouwperiode of typologie. Tevens kan er sprake zijn van bijzondere stedenbouwkundig-historische of landschappelijke waarden, d.w.z. als onderdelen van bijzondere complexmatige ontwikkelingen door bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, particulieren e.d. of vanwege specifieke andere situationele aspecten (bijvoorbeeld markante hoeklocaties, focus- en oriëntatiepunten, landmarks)

Deze waarde is dusdanig hoog, dat behoud (en bescherming) van deze objecten te overwegen is.

Vanwege deze zeer hoge waarde is ook de authenticiteit van het gebouw van belang. Te denken valt hierbij aan het originele metselwerk van de gevels, de detaillering van de kozijnen en de oorspronkelijke dakbedekking. Het gaat hier om het uitwendige beeld, zichtbaar vanaf openbaar gebied. Om de cultuurhistorische waarden te borgen is een regeling tot voorkomen van sloop opgenomen.

Sommige objecten zijn reeds als gemeentelijk of rijksmonument beschermd.

Hoge cultuurhistorische waarde:

Objecten en/of ensembles met architectuurhistorische waarden: d.w.z. kenmerkend voor een bepaalde bouwstijl, stroming, bouwperiode of typologie. Tevens kan er sprake zijn van stedenbouwkundig-historische of landschappelijke waarden, d.w.z. als onderdelen van bijzondere complexmatige ontwikkelingen of vanwege specifieke situationele aspecten (bijvoorbeeld markante hoeklocaties, focus- en oriëntatiepunten, landmarks)

Deze waarde is dusdanig hoog, dat behoud (en bescherming) van deze objecten te overwegen is.

Vanwege dit hoge belang zijn in dit bestemmingsplan beschermende maatregelen opgenomen die het beeld vanaf openbaar gebied beschermen.

De bolwerken met groen karakter / binnenplaatsen 

In het bestemmingsplan Binnenstad en omgeving is een dubbelbestemming Waarde -Cultuurhistorie opgenomen voor de bolwerken met groen karakter / binnenplaatsen

Daarnaast zijn in de binnenstad ook de diverse binnenplaatsen aanwezig met een behoudenswaardige groene inrichting. Tevens bevat het deel van het beschermd stadsgezicht buiten de veste waardevolle groene gebieden.

Om het groene karakter van deze gebieden te beschermen is in de geldende bestemmingsplannen voor deze gebieden voor het uitvoeren van bepaalde werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een omgevingsvergunning is vereist. Dit vergunningenstelsel is in dit bestemmingsplan opgenomen in de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie -3 en is inhoudelijk niet gewijzigd.

3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

De aanwezige cultuurhistorische waarden van de ruimtelijke structuur en de bebouwing in het plangebied worden in de opzet van dit bestemmingsplan gerespecteerd. Zie voor de beschrijving van deze waarden de

De bebouwing met bijbehorende erven die is gewaardeerd als van hoge cultuurhistorische waarde hebben de dubbelbestemming Waarde - cultuurhistorie -1 gekregen. De bebouwing met bijbehorende erven die is gewaardeerd als van zeer hoge cultuurhistorische waarde hebben de dubbelbestemming Waarde - cultuurhistorie -2 gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de cultuurhistorische waarden. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen in paragraaf 4.3 Bestemmingsregels en Waarde - Cultuurhistorie -1, Waarde - Cultuurhistorie -2 en Waarde - Cultuurhistorie -3 .

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten

4.1 Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken:

Gevolgd door de BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Lijsten met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren

4.2 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd.

4.3 Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk is per bestemmingsplan een verwijzing opgenomen naar het de geldende regel(s) en de regel die wordt vervangen dan wel wordt toegevoegd.

4.4 Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn de nieuwe regels voor bouw- en cultuurhistorie opgenomen.

Artikel 31 Waarde - Bouwhistorie

De bouwhistorische waarden en verwachtingskaart heeft vier categorieën:

  • rood: aangetoonde waarden.
  • paars: aanwijzing voor waarden
  • bruin: waarden onbekend
  • geel: geen waarden aanwezig

In dit bestemmingsplan is geregeld dat de panden en objecten met een aangetoonde waarde, een aanwijzing voor waarden en met onbekende waarden bij geheel of gedeeltelijke sloop bouwhistorisch onderzocht en gedocumenteerd dienen te worden voordat het casco van het pand geheel of gedeeltelijke gesloopt wordt. Deze panden en objecten hebben de dubbelbestemming Waarde - Bouwhistorie gekregen.

Artikel 32 Waarde - Cultuurhistorie -1

De bebouwing die is gewaardeerd als van hoge cultuurhistorische waarde heeft de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie -1 gekregen. Bij het toepassen van deze regeling wordt beoordeeld of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

Per object zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen beschreven in de lijst van waardevolle objecten welke is opgenomen in de bijlage bij de regels Hiermee worden de cultuurhistorische waarden van de bebouwing beschermd.

Artikel 33 Waarde - Cultuurhistorie -2

De bebouwing die is gewaardeerd als van zeer hoge cultuurhistorische waarde heeft de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie -2 gekregen. Bij het toepassen van deze regeling wordt beoordeeld of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

Per object zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen beschreven in de lijst van waardevolle objecten welke is opgenomen in de bijlage bij de regels Hiermee worden de cultuurhistorische waarden van de bebouwing beschermd.

Deze waarde is dusdanig hoog, dat behoud (en bescherming) van deze objecten te overwegen is.

Vanwege deze zeer hoge waarde is ook de authenticiteit van het gebouw van belang. Om de cultuurhistorische waarden te borgen is een regeling tot voorkomen van sloop opgenomen.

Artikel 34 Waarde - Cultuurhistorie -3

In het geldende bestemmingsplan Binnenstad en Omgeving is de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie van toepassing voor:

  • de bolwerken met een groen karakter (zie kaart 6 in paragraaf 2.2.2 van het bestemmingsplan Binnenstad en omgeving);
  • diverse binnenplaatsen in de binnenstad;
  • het deel van het beschermd stadsgezicht buiten de veste waardevolle groene gebieden;
  • waardevolle groene gebieden in de Stationsbuurt.

Deze bestemming wordt inhoudelijk niet gewijzigd, maar gewijzigd in Waarde - Cultuurhistorie -3

4.5 Overgangs- en slotregels

Artikel 35 Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6 Bijlagen

Lijsten met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren per bestemmingsplan.

4.7 Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan is een partiële herziening van geldende planologische regelingen ten aanzien van de Waarde Cultuurhistorie en een toevoeging van de Waarde bouwhistorie. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen initieert, is het niet nodig om bij dit bestemmingsplan een exploitatieplan te voegen.

Er doet zich dus ook geen mogelijkheid voor van kostenverhaal als bedoeld in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Aangezien geen belangen bij dit plan betrokken zijn van andere instanties, zoals bijvoorbeeld de provincie en het Waterschap, is geen vooroverleg gevoerd.