direct naar inhoud van 3.9 Milieubeleid
Plan: Westenholte Stins
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP12015-0002

3.9 Milieubeleid

Algemeen beleid

De gemeenteraad heeft in 2005 de milieuvisie 'Milieu op scherp' vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enzovoort) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieukwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied.


Het gebiedsgerichte milieubeleid is voor de aspecten geluid en externe veiligheid reeds vastgesteld. Voor bodem zijn de gebiedsgerichte kaders nagenoeg gereed.

Geluid

In de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven. Zwolle is een dynamische stad met geluidsniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling. In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd.


Het plangebied behoort tot het gebiedstype 'Groenstedelijk'. Voor dit gebiedstype wordt een ambitieniveau nagestreefd van 43 dB en een grenswaarde van 53 dB.


Luchtkwaliteit


Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd:


- voldoen aan wet- en regelgeving;

- anticiperen op de toekomst; Knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen;

- beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving.

Uit de Evaluatie Luchtkwaliteitsplan Gemeente Zwolle 2007-2011 van september 2012 blijkt dat metingen en berekeningen laten zien dat er sinds 2010 geen knelpunten meer zijn voor fijnstof. Voor stikstofdioxide wordt de norm alleen nog overschreden bij de Burgemeester van Roijensingel, waar veel busverkeer is. Naar verwachting wordt voor 2015 ook daar aan de norm voldaan. Er rijden dan schonere bussen en een aantal busroutes wordt omgeleid.


Externe veiligheid


Door het rijk zijn grens- en richtwaarden gesteld voor het garanderen van de basisveiligheid. Bij de uitwerking van het bestemmingsplan moet wordt gekozen hoe deze grens- en richtwaarden in het bestemmingsplan worden verankerd. De gemeentelijke beleidsvisie externe veiligheid die in maart 2007 is vastgesteld biedt hierbij een aanvullend kader. In de visie wordt ernaar gestreefd voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid.

Basisveiligheid voor de gemeente Zwolle betekent:

  • 1. voldoen aan de normen voor plaatsgebonden risico;
  • 2. gebiedsgericht invulling geven aan groepsrisicobeleid met een Beleidsvisie Externe Veiligheid;
  • 3. veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied zoveel mogelijk anticiperen op de landelijke beleidsontwikkelingen die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau;
  • 4. zoveel mogelijk anticiperen op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kan hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau.


In januari 2009 hebben burgemeester en wethouders het gebiedsgerichte beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen.


Het bestemmingsplan behoort tot gebiedstypes 'Groenstedelijk'. Groenstedelijk heeft als hoofdfunctie wonen en kenmerkt zich vooral door rust en ruimte. De inzet voor milieu is – als het gaat om de bestaande stad -vooral gericht op behoud van kwaliteiten. Op nieuwe woonlocaties wordt geprobeerd om de kenmerkende rust en ruimte te creëren en te garanderen voor de toekomst. Voorzieningen liggen in dit gebied geconcentreerd. Openbaar vervoer en wijkfuncties die verkeer aantrekken liggen aan de hoofdontsluiting. Er is een fijnmazig fietsnetwerk.

Het plangebied wordt in het gebiedsgerichte kader externe veiligheid tot het gebiedstype “groen stedelijk” gerekend. Dit houdt in dat de risicoruimte beperkt is, dat het groepsrisico niet mag toenemen (stand still principe) en dat er binnen dit gebiedstype geen plaats is voor nieuwe risicovolle activiteiten.


Visie op de ondergrond


Zwolle wil de evenwichtige groei en duurzame ontwikkeling van de stad voortzetten en goed regelen. Als eerste gemeente in Nederland voegt Zwolle een extra dimensie toe bij het nadenken over een optimale inrichting en gebruik van haar ruimte: de ondergrondse dimensie. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2007 de visie op de ondergrond vastgesteld en besloten de basisprincipes uit deze visie toe te passen in projecten. Belangrijke uitgangspunten zijn het structureel en georganiseerd toepassen van warmte- koude-opslag (WKO), het koppelen van WKO's met grondwatersanering en het werken met ondergrondse bestemmingen en functies. Aanpak volgens de visie versterkt een duurzame ontwikkeling, zorgt voor energiebesparing en CO2 reductie, leidt door de koppeling van functies tot kostenvoordeel en kan hierdoor de stedelijke ontwikkeling een enorme impuls geven.


Duurzaam bouwen


In januari 2007 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Duurzaam Bouwen vastgesteld. Het beleid is van
toepassing op gebouwen en grond-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau
voor duurzaamheid bereikt moeten worden. Duurzaam bouwen heeft betrekking op de thema's energie,
materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het minimaal te bereiken niveau van kwaliteit- en
duurzaamheidsprestaties komt overeen met de toepassing van de vaste, kosten neutrale maatregelen uit
het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteits)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn).


Klimaatbeleid


In 2009 heeft het college een interimklimaatbeleid vastgesteld met betrekking tot nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen om het gemeentelijk klimaatbeleid in overeenstemming te brengen met het rijksbeleid vooruitlopend aan de vaststelling van nieuw gemeentelijk klimaatbeleid. De doelstelling hiervan is dat het aandeel duurzame energie van het totale energiegebruik voor een nieuw te bouwen woning of utiliteitsgebouw tenminste 60% gaat bedragen. De toepassing van koude warmte opslag (KWO) draagt in belangrijke mate bij niet alleen aan de doelstellingen van het interimklimaatbeleid, maar ook aan de doelstellingen van de Visie op de Ondergrond. Andere maatregelen om genoemde doelstellingen te bereiken zijn de toepassing van zonne-energie (PV en zonnecollectoren) en verbeterde isolatie.