direct naar inhoud van 2.2 Bestaande situatie
Plan: Westenholte Stins
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP12015-0002

2.2 Bestaande situatie

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens de bestaande situatie beschreven met betrekking tot de archeologische, de ruimtelijke en de functionele structuur.

2.2.1 Archeologische structuur

Het plangebied voor het bestemmingsplan Westenholte-Stins ligt in een gebied met een hoge archeologische waarde van 90 %. Deze waarde is gebaseerd op historische informatie over het gebied maar berust ook op informatie uit eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek in de directe omgeving.

Op de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (AWZ) is het gebied aangeduid als gebiedsnummer 255 met een waarde van 90 %. De bijbehorende tekst houdt in:

Dit gebied wordt begrensd door de Stinsweg en de Ridder Zwederlaan. Het gebied heeft het karakter van een zogenaamd kampenlandschap. Dit houdt in dat de percelen gekenmerkt worden door een plaggendek. Dit dek is in de Late Middeleeuwen en Vroeg Moderne Tijd gevormd en ligt boven op de natuurlijke bodem. Een deel van het terrein is in de 20ste eeuw ingericht als begraafplaats en de randstroken van het terrein zijn bebouwd.

Aan de westzijde van de Stinsweg liggen drie boerderijen die met zekerheid teruggaan tot de 17de/18de eeuw. De boerderijen zijn op het kadastrale minuutplan uit 1832 aangegeven met een naam die ontleend is aan de eigenaar/bewoner. Zo was het erf Beumer in handen van Derk Beumer en het erf Dik van Jan Harms Dik. Tussen beide boerderijen lag het erf de Neuteboom. Dit laatste erf was in 1832 eigendom van Lefert Zwakenberg Wz. Deze Lefert was de zoon van Wicher Lefert Zwakenberg en Johanna Hermina Olthof. Dit echtpaar koopt in 1781/1782 het erf van de erven van Jan Neuteboom. Tot deze erfgenamen behoorden onder andere de weduwe van Jan Neuteboom Anna Maria Hendriks. Uit een vermelding uit 1708 blijkt dat het erf in 1708 werd bewoond door Wijcher Herms en Jannechien Albers en dat het huis was bezwaard met een jaarrente van zeven Carolus gulden die toekwam aan de St. Laurenskapel aan Sassenstraat in Zwolle. Deze korte opsomming geeft aan dat het huis al in 1708 werd aangeduid als de Neuteboom en dat de latere eigenaar in dit geval zijn naam heeft ontleend aan het huis.

Naast een aantal oude erven of huisplaatsen zijn in het gebied sporen van nederzettingen uit de 12de/13de eeuw te verwachten. Deze nederzettingen houden verband met de in 1984 aangetroffen waterputten aan de rand van het gebied. Door de ligging op dekzandrug en/of rivierduin is ook de aanwezigheid van sporen uit de Prehistorie niet uit te sluiten.

In de periode na 2004 zijn in het gebied diverse onderzoeken uitgevoerd die aangeven dat deze verwachting juist is. Op een perceel aan de Stinsweg, ten oosten van de begraafplaats is in het kader van nieuwbouwplannen in 2007 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verricht waaruit blijkt dat in het gebied sporen aanwezig zijn die teruggaan tot de Midden Steentijd (Mesolithicum). Uit deze periode is een haardkuil afkomstig met een C14 datering van tussen de 8254 en 7979 v. Chr. Het merendeel van de sporen dateerde echter uit de 12de/13de eeuw. Uit de 12de/13de eeuw stamt ook een groot deel van een huisplattegrond die is aangetroffen op het parkeerterrein van de voetbalclub WVF. Op de plek van de inrit naar deze parkeerplaats werd een vrijwel complete boerderijplattegrond uit deze periode opgegraven. Het gebied ligt direct ten zuidwesten van het plangebied. De boerderij uit de 12de/13de eeuw ligt voor een deel zelfs onder de Stinsweg en sporen van het bijbehorende erf liggen mogelijk zelfs in het plangebied. Als laatste vorm van onderzoek kan een waarneming genoemd worden van enkele waterputten uit de Volle Middeleeuwen onder de huidige Klipperweg.

Uit zowel historisch als archeologische informatie blijkt dat het gebied een hoge archeologische waarde heeft. Bij een bodemingreep van meer dan 100 vierkante meter en 0.5 meter diep is daarom in alle gevallen een archeologisch onderzoek noodzakelijk.

2.2.2 Cultuurhistorische structuur

Westenholte is een historische dorpskern die omstreeks de veertiende eeuw is ontstaan op een zandrug. Het dorp is vanouds een agrarische nederzetting met verspreide bebouwing op de hogere delen van het landschap.

De agrarische nederzetting bestond uit verschillende hoeven met elk een eigen kamp, die verspreid in de omgeving liggen, een zogenaamd hoevenzwermdorp. Bij de ontwikkeling van het dorp heeft kasteel Voorst een rol gespeeld. Dit kasteel werd in 1362 afgebroken. Sommige hoeven zijn gebouwd op de aanwezige zandkoppen en zijn vanwege de hogere ligging in het dorp te herkennen.

Westenholte is een oude, hechte buurtschap, die tot voor enige decennia een eigen ontwikkeling kende. Sinds 1967 behoort de buurtschap tot de gemeente Zwolle, en vervult sinsdien een taak in de huisvesting van de Zwolse bevolking. Eind jaren tachtig zijn aan werszijden van de oude kern circa 1000 nieuwe woningen gebouwd. Hierdoor zijn twee afzonderlijke buurten ontstaan: Westenholte Voorst en Westenholte Stins. Twee buurten, die enerzijds van elkaar verschillen, maar anderzijds elkaar aanvullen en zo naar elkaar toe groeien.

Een echte dorpskern ontbreekt in Westenholte. Het bestaat voornamelijk uit uitbreidingswijken uit diverse periodes vanaf de jaren vijftig. Deze wijken hebben een ruime opzet en een groen karakter. kenmerkend is enerzijds de bijzondere ligging in het agrarisch landschap en anderzijds, de aangrenzende uitbreiding van de stad Zwolle, die geleidelijk die ontwikkeling van het dorp heeft ingehaald.

Door de groei van de uitvalswegen van de Stad Zwolle is de agrarische functie van Westenholte als geheel vanaf de zestiger jaren verschoven naar een woonfunctie aan de rand van de stad.

Het dorp bestaat uit twee delen. het oude deel wordt aangeduid met Westenholte Voorst. het nieuwe deel staat bekend als Westenholte Stins. Beide delen worden gescheiden door een groen gebied met doorgaande fietspaden, scholen en het Stinspark. Het nieuwe deel heeft een woonervenstructuur. De overgang van Westenholte naar het landschap wordt gevormd door een parkrand.

2.2.3 Ruimtelijke structuur

In deze paragraaf wordt de bestaande ruimtelijke structuur van het plangebied omschreven op het gebied van het verkeer, het groen, het water en de bebouwing.

2.2.3.1 Verkeersstructuur

Westenholte heeft twee wijkontsluitingen voor het autoverkeer. De aansluiting op de Westenholterallee vanaf de Weidesteenlaan, en aan de noordoostzijde van Westenholte de aansluiting op de Hasselterweg vanaf de Voorsterweg en Teunisbloemweg. Het gehele bebouwd gebied van Westenholte is een 30 km/ u gebied, behalve de twee bovenstaande toegangen vanaf het hoofdwegennet.

De Voorsterweg is weer aangesloten op de Ridder Zwederlaan, in het noorden van het plangebied, zodat de doorgaande lijnen in Westenholte hersteld zijn. De Ridder Zwederlaan en de Stinsweg hebben de functie woonstraat en vallen binnen het 30 km/u regiem. Dit geldt tevens voor de Westenholterweg, de verbinding tussen het plangebied en het Petuniaplein

De nabijgelegen Voorsterweg is een belangrijke schakel voor het regionale en recreatieve fietsverkeer. De Westenholterbrug verbindt Westenholte voor het fietsverkeer direct met het centrum van Zwolle en de zuidzijde van Stadshagen, Frankhuis en de Twistvlietbrug. Door de nieuwe langzaam verkeersverbinding tussen Stadshagen en  Westenholte (= Rozenpad) wordt Westenholte via de Voorsterweg door middel van een tunnel onder de Hasselterweg en de Kamperspoorlijn verbonden met de Belvedèrelaan, waaraan diverse voorzieningen in  Stadshagen te vinden zijn. Door deze nieuwe fietsinfrastructuur is de kwaliteit van het fietsnetwerk en de fietsverbindingen sterk toegenomen.

De Ridder Zwederlaan is een busroute voor één van de stadsbuslijnen van Zwolle. Deze buslijn bedient met één grote lus de hele wijk Westenholte. Voor de bussen is een speciale afrit gemaakt vanaf de Westenholterallee naar de Ridder Zwederlaan. Via de Weidesteenlaan verlaten de bussen de wijk.

2.2.3.2 Groenstructuur

Het oude en nieuwe deel van Westenholte wordt gescheiden door een groengebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de stedelijke hoofdgroenstructuur, zoals die is vastgelegd in het Groenbeleidsplan (1998).

2.2.3.3 Waterstructuur en riolering

Waterstructuur

Het plangebied grenst aan een watergang van het waterschap Groot Salland.

Drooglegging

In plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld.

Riolering

In het plangebied ligt gemengde riolering, waarin afvalwater en hemelwater worden ingezameld. Voor toekomstige in- en uitbreidingen geldt dat het hemelwater geïnfiltreerd moet worden binnen de eigen perceelsgrenzen conform het gemeentelijk rioleringsplan.

Het afvalwater moet worden aangesloten conform de uitgangspunten van het gemeentelijk rioleringsplan.

2.2.3.4 Bebouwingsstructuur

Westenholte heeft een dorps karakter. De bebouwing binnen het plangebied sluit hier bij aan. In het plangebied bevindt zich lintbebouwing bestaande uit vrijstaande eengezinswoningen met een landelijke uitstraling. De woningen zijn gebouwd in één bouwlaag met kapverdieping, aan weerszijden van de Stinsweg.

2.2.4 Functionele structuur

In deze paragraaf wordt de bestaande functionele structuur van het plangebied omschreven op het gebied van het wonen, de centrumvoorzieningen, de sport- en recreatieve voorzieningen, de overige maatschappelijke voorzieningen en de economische voorzieningen.

2.2.4.1 Woonvoorzieningen

Het plangebied betreft uitsluitend woningen, waarbij er sprake kan zijn van aan huis verbonden beroepen. .

2.2.4.2 Sport- en recreatieve voorzieningen

In het plangebied zelf zijn geen voorzieningen aanwezig. Aan het plangebied grenst sportpark De Weide Steen waar voetbalvereniging WVF actief is. Het sportpark is gelegen aan de Stinsweg 15.

2.2.4.3 Overige maatschappelijke voorzieningen

Er is geen sprake van maatschappelijke voorzieningen in het plangebied. Aan de oostkant van het plangebied is de begraafplaats Voorst gelegen, aan de Ridder Zwederlaan.