direct naar inhoud van 4.1 Inleiding
Plan: Haersterveerweg 11-1
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP10007-0004

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op aspecten die beperkingen met zich meebrengen bij het toekennen van bestemmingen. Het betreft zowel de diverse milieuaspecten als de ligging van kabels, leidingen en straalpaden.

4.1.1 Geluid

De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting van weg, rail en industrie in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Naast woningen zijn er nog een aantal geluidgevoelige objecten zoals scholen en zorginstellingen. De te realiseren woning is een geluidsgevoelige object, maar is niet gelegen binnen een geluidzone ingevolge de Wet geluidhinder. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmering voor het initiatief.

4.1.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

De beide locaties waar een woning is gepland liggen niet binnen de invloedssfeer van een agrarisch bedrijf. Ook zijn er geen andere bedrijven in de nabije omgeving die onacceptabele hinder kunnen veroorzaken

4.1.3 Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 (tb. 2007, 434) is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. Deze wet trad in de plaats van het Besluit luchtkwaliteit 2005. Aanleiding hiervoor was de maatschappelijke discussie die ontstond als gevolg van de directe koppeling tussen ruimtelijke ordeningsprojecten en luchtkwaliteit. Deze had tot gevolg dat veel geplande (en als noodzakelijk of gewenst ervaren) projecten geen doorgang konden vinden in overschrijdingsgebieden. Bovendien moest voor ieder klein project met betrekking tot luchtkwaliteit een uitgebreide toets gedaan worden.

In de Algemene Maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Voor wat betreft de functie 'wonen' zijn locaties die niet meer dan respectievelijk 1500 (één ontsluitingsweg) of 3000 nieuwe woningen (twee ontsluitingswegen) omvatten aangemerkt als gevallen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het onderhavige project is gelet op de beperkte omvang ervan aan te merken als een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.1.4 Bodemkwaliteit

Uit het bodeminformatie systeem en het Historisch Bodem Bestand (HBB) van de gemeente Zwolle blijkt niet dat er een ons bekende bodemverontreiniging of een vermoeden van bodemverontreiniging is die de beoogde bestemming en gebruiksfunctie in de weg staan.

4.1.5 Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de risico's die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico's doen zich voor rondom bedrijven, waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt (risicovolle inrichtingen), en transportassen (weg, water, spoor en buisleidingen), waarover en/of –doorheen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de Provincie Overijssel bekeken. Op de risicokaart is te zien dat de projectlocatie geen risico's loopt ten aanzien van bedrijven of transportassen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen beperkingen oplegt aan de uitvoering van het plan.

4.1.6 Waterbeheer

De te realiseren functies hebben geen significante invloed op het watersysteem of de waterketen, omdat het verhard oppervlak nauwelijks veranderd.